In de vorige rubriek vitaminen … vs mineralen vertelden we u hoofdzakelijk over vitamines en de eigenschappen ervan.
Hier vertellen we u meer over de andere essentiële voedingsstoffen die belangrijk zijn voor ons lichaam, namelijk mineralen. Mineralen zijn niet-organische verbindingen en ook niet alle mineralen zijn essentiële voedingsstoffen. Voorbeelden van mineralen die van belang zijn voor ons lichaam zijn o.a. calcium, magnesium en natrium. Sporenelementen zijn mineralen waar we slechts een zeer kleine hoeveelheid van nodig hebben. Voorbeelden hiervan zijn chroom, koper, ijzer en selenium.
We nemen enkele belangrijke mineralen onder de loep :
Magnesium komt grotendeels voor in het beendergestel, in kleinere mate ook in de skeletspieren, het zenuwstelsel en andere organen. Magnesium speelt een grote rol bij de overdracht van zenuwprikkels en voor de spiercontractie, voornamelijk van het hart en het is belangrijk voor de botontwikkeling. Dit mineraal vind je vooral in noten, brood en graanproducten, kaas, vlees, vis, peulvruchten, aardappelen, chocolade en cacao. En zeker niet te vergeten : melk bevat heel veel magnesium. Let wel : slechts 30 % van het magnesium in voedsel wordt door het lichaam opgenomen.
Calcium is waarschijnlijk het meest gekende mineraal. Calcium is noodzakelijk voor het beendergestel en zorgt voor de hardheid van de tanden. Bij jongeren ligt de calciumbalans vrij positief. Vanaf 45 jaar en dan vooral bij vrouwen na de menopauze, neigt de calciumbalans naar de negatieve kant. Dit zorgt vaak voor osteoporose. Voldoende calciumopname bij volwassenen en bejaarde mensen is dus hoogst noodzakelijk. Calcium vind je vooral in zuivelprodukten, ook volkorenbrood, broccoli, peulvruchten en noten zijn rijk aan calcium.
Natrium gaat nauw samen met kalium. Samen zorgen deze mineralen er vooral voor om de hoeveelheid vocht in het lichaam op peil te houden. Daarnaast zijn ze essentieel voor de groei en de spiervorming. Vele natuurlijke producten bevatten weinig tot geen natrium (=zout). Bereide producten daarentegen bevatten vrij veel zout. Tijdens grote inspanningen verliest het lichaam grote hoeveelheden natrium via het zweet. Een zouttekort kan uitdroging veroorzaken omdat er te weinig natrium én water in het bloed aanwezig is. Ook spierkrampen zijn vaak een gevolg van te weinig natrium in het lichaam.
Ijzer speelt een rol in het transport van zuurstof in het lichaam. Het zorgt ervoor dat de rode bloedcellen
zuurstof vanuit je longen tot in elke lichaamscel kunnen brengen. Daarnaast zorgt ijzer ook voor het aanmaken van afweerstoffen en het afbreken van schadelijke stoffen. Door menstruatie en zwangerschap hebben vrouwen meer ijzer nodig. Een ijzertekort kan vooral leiden tot bloedarmoede. Ijzer in voeding komt voor in twee vormen: ijzer in vlees en vis, bloemkool en broccoli wordt goed opgenomen door het lichaam terwijl ijzer in de meeste groenten, fruit, brood en graanproducten minder goed worden opgenomen. Voor vegetariërs is dit belangrijk : Vitamine C bevordert de opname van ijzer.
Selenium komt vooral voor in lever, alvleesklier, het bloed en de nieren. Selenium is belangrijk voor een goede werking van de schildklier. Het is ook een belangrijk antioxidant die de schadelijke stoffen in het lichaam neutraliseert. Een tekort aan selenium kan leiden tot weerkerende infecties, verzwakte spieren en vroegtijdige veroudering. Selenium in voeding vind je vooral in vlees, volkorenproducten en rijst.
Zink zorgt voor diverse processen in het lichaam, bv de vernieuwing van weefsel, de genezing van wonden. Daarnaast is zink van belang voor de smaak- en reukzin en het nachtelijke gezichtsvermogen en is het betrokken bij de aanmaak van insuline. Goede bronnen van zink zijn vooral rood vlees, schaaldieren en gevogelte.
In de winter nemen heel wat mensen extra vitamines en mineralen.
Lees hier meer over “goed voorbereid naar de winter“